Spring naar inhoud

De kracht van het Script

De manier waarop mensen in het leven staan is beter te begrijpen met behulp van Transactionele Analyse (TA). Deze theorie is ontwikkeld door de van oorsprong Canadese psychiater en psychoanalyticus Dr. Eric Berne. Hij borduurde voort op de begrippen ‘levensstijl’ en ‘herhalingsdwang’ van respectievelijk Alfred Adler en Sigmund Freud en ontwikkelde het concept Script. Dit concept is één van de kernconcepten in de TA.

Mensen, er zijn er veel, miljarden zelfs, verspreid over de aarde, diverse rassen, kleuren en gewoonten. Ze lijken veel op elkaar. En toch......er is niemand op deze aardbol te vinden die exact hetzelfde is als een ander. Als individu is de mens uniek in wie hij is, hoe hij eruitziet, hoe hij denkt en voelt en zich gedraagt. In dit artikel beschrijf ik waarom mensen zijn zoals ze zijn, met hun unieke persoonlijkheid. Deze uniciteit betekent echter niet dat we statisch zijn. We zijn juist veranderbaar, ontwikkelbaar en inpasbaar binnen verschillende contexten, ook daar gaat dit artikel over.

Als we willen reflecteren op het bovenstaande biedt de Transactionele Analyse (TA) ons een helder denkkader. Dit artikel is dan ook grotendeels gebaseerd op TA, maar maakt ook uitstapjes naar het existentialisme als filosofische benadering van de mens.

Ik begin met een korte uiteenzetting over de basisfilosofie van TA. Daarna richt ik me op het concept Script en de zienswijze hierop van Dr. Eric Berne, degene die dit TA-concept heeft ontwikkeld. Ik beschrijf de bijdragen van Piet Weisfelt en dr. Taibi Kahler die de ontwikkeling van Script procesmatig hebben weergegeven. Ik sluit af met een aantal samenvattende conclusies.

Transactionele Analyse

Dr. Eric Berne (1910-1970) is de grondlegger van de Transactionele Analyse. Hij was al tijdens zijn studietijd geïnteresseerd in de werking van intuïtie en in de communicatie tussen mensen. Hij specialiseerde zich in groepstherapie en in sociale psychiatrie. Door onvrede met de gevestigde orde ontwikkelde hij zijn eigen theorie. Zijn eerste boek ‘Transactional Analysis in Psychotherapy’ waarin hij zijn ideeën uiteenzette verscheen in 1961. Tot aan zijn dood in 1970 schreef hij nog veel boeken, de bekendste was ‘Games people play’ dat in 1964 verscheen en een wereldwijde bestseller was. Na zijn dood is TA verder ontwikkeld en heden ten dage is de TA-gemeenschap nog steeds volop bezig om Berne’s gedachtegoed verder op de kaart te zetten.

TA is een humanistische stroming binnen de psychologie die zich richt op ontwikkeling van mensen en systemen. De humanistische stroming was een reactie op de dominantie van de psychoanalyse die de mens zag als een wezen dat door driften werd geleid.

De basisfilosofie van TA kan samengevat worden in drie uitgangspunten:

  • Ik ben OK, jij bent OK.
  • Ieder mens kan denken.
  • Veranderen is mogelijk.

Het eerste uitgangspunt is een fundamentele vooronderstelling die aangeeft dat ieder mens, ongeacht het gedrag dat hij/zij laat zien, waarde en waardigheid heeft. In de TA is het uitgangspunt dat ieder mens geboren wordt met een liefdevolle kern en hiermee de basis- of existentiële levenspositie ‘Ik ben OK, jij bent OK’ heeft’. Ervaringen na de geboorte maken dat mensen ook in drie andere levensposities terecht komen: ‘Ik ben OK, jij bent niet OK’, ‘Ik ben niet OK, jij bent niet OK’, ‘Ik ben niet OK, jij bent OK’.

Fig. 1 De vier existentiële posities: zijnsniveau

Iedereen bevindt zich weleens in een bepaalde levenspositie en heeft ook ongetwijfeld een (onbewuste) voorkeurspositie. Erfelijke aanleg en (veranderende) sociale context zijn hierin bepalend.

Het tweede uitgangspunt veronderstelt dat mensen het vermogen hebben om te denken, tenzij bijvoorbeeld hersenbeschadigingen hierin een belemmering opleveren. Dit denkvermogen geeft ons ook de verantwoordelijkheid voor alles wat we doen.

Het derde uitgangspunt geeft aan dat veranderen mogelijk is. Onze allereerste existentiële positie ‘Ik ben OK, jij bent OK’ wordt door diverse levenservaringen al snel vergezeld van de andere drie levensposities die in een bepaalde mate voor ons ongewenst zijn. In TA gaan we ervanuit dat we kunnen veranderen door het nemen van krachtige besluiten. Hiermee kunnen we ons levenspad een andere wending geven.

Existentialisme is een filosofische stroming die in de jaren 30 tot 50 van de vorige eeuw tot ontwikkeling kwam. De Franse filosoof, Jean Paul Sartre, kan als voorman van het Existentialisme worden gezien. Het eerste beginsel van het Existentialisme is dat de mens is wat hij van zichzelf maakt. Het existentialisme ontkent dat de essentie van iemands leven al op voorhand is bepaald door zijn plaats in de natuur of de geschiedenis.

Ons levensplan

De opvatting dat mensen volgens een vastgesteld patroon leven is al lang bekend. Sigmund Freud noemde de neiging tot herhaling van het verleden ‘herhalingsdwang’. Alfred Adler sprak over ‘levensstijl’ en bedoelde hiermee de manier die mensen gebruiken om problemen te overwinnen en die te maken heeft met identiteit. Eric Berne borduurde voort op dit thema en noemde het Script. In zijn laatste postuum verschenen (1972) boek ‘What Do You Say After You Say Hello?’ definieerde Berne script als volgt:

‘A script is an ongoing program, developed in early childhood under parental influence, which directs the individual’s behaviour in the most important aspects of his life’.

 Mensen leven volgens het Script, het levensplan dat verloopt volgens een vastgesteld patroon. Je kunt het een beetje vergelijken met het script van een film of boek waarin het verhaal, de personen, de omgeving en de acties beschreven worden. Volgens Berne is het ‘schrijven’ van het Script kort na de geboorte begonnen, na vier jaar is er een besluit genomen over de essentie van het plot en op zevenjarige leeftijd zijn alle belangrijke details van het verhaal klaar. Tussen het zevende en twaalfde jaar wordt het verhaal bijgesteld en hier en daar wordt er iets toegevoegd. In de adolescentie wordt het verhaal herzien door het te actualiseren met meer realistische elementen. Nu we volwassen zijn is het verhaal buiten het bereik van ons bewuste geheugen.

Er zijn veel TA-auteurs die Script hebben gedefinieerd. Ter verduidelijking van het concept wil ik nog één definitie noemen:

‘Script is een ordenend principe, een rode draad door iemands leven, waartoe het jonge kind besluit. Dit is een onbewust levensplan over hoe we tegenover onszelf, tegenover de ander en tegenover de wereld om ons heen, staan (M. Arendsen Hein)’.

Scriptontwikkeling

Over het proces dat leidt tot ons Script heb ik in de voorgaande paragraaf al wat geschreven. Binnen de TA noemen we dit proces scriptontwikkeling.

In zijn boek Nestgeuren (1996) legt Piet Weisfelt uit dat het Script bestaat uit een aantal repeterende stappen die zich continu herhalen. De uitbetaling is de bevestiging van de oorspronkelijke scriptovertuiging: “Zie je wel!”

De scriptcirkel is een functioneel hulpmiddel bij de diagnose en bewustwording van scriptontwikkeling.

In de psychologie doelt men met de combinatie van iemands karakter en zijn gewoontes ook wel op de combinatie van aangeboren en aangeleerde eigenschappen. Karakter heeft dus betrekking op erfelijke aanleg, op vaste innerlijke stabiele eigenschappen die moeilijk te veranderen zijn. De karaktertrek onderscheidt zich van de gewoonte. De laatste is meer een aangeleerde manier van reageren op de omgeving als gevolg van opgedane ervaringen. Onze persoonlijkheid is uiteindelijk het resultaat van aangeboren en, met name door onze ouders, aangeleerde eigenschappen.

Fig. 2 Scriptcirkel

Hieronder geef ik een voorbeeld van de stappen in de scriptcirkel weer:

  • Ervaring Je doet een intense en ingrijpende ervaring op.

Je wordt op straat regelmatig lastiggevallen door oudere kinderen uit de buurt, je hebt geen broers of zussen die je verdedigen en dit maakt je angstig. Je vader zegt: “Je moet je niet aanstellen, sla er maar gewoon op als het weer gebeurt! Van mij mag je dat doen”.

  • Interpretatie Je geeft jezelf uitleg over de ervaring.

Mijn vader beschermt mij niet als ik word lastiggevallen.

  • Conclusie Je trekt een conclusie naar aanleiding van de ervaring.

Mijn vader helpt me niet. Ik moet voor mijzelf zorgen.

  • Overtuiging Je interpretatie en conclusie leiden tot een overtuiging.

Omdat ik er alleen voor sta, moet ik voor mezelf opkomen.

  • Besluit Tijdens een kort emotioneel moment neem je een besluit.

Vanaf nu ga ik het anders doen. Ik pik het niet meer als ik lastiggevallen word, ik verdedig me en als het even kan sla ik er op.

  • Gedrag Je besluit leidt tot een gedragsverandering.

Je pikt geen enkel onrecht meer, zelfs geen onrecht jegens anderen. Als er iets gebeurt reageer je direct, je confronteert op een intimiderende manier.

  • Reactie Je omgeving reageert op je (scriptmatig) gedrag.

Andere mensen vinden je best wel indrukwekkend. “Met die jongen moet je geen ruzie krijgen”.

  • Uitbetaling De prijs die je betaalt.

Andere mensen mijden je. Ze zijn een beetje bang voor je.

Miniscript

Een andere manier om scriptontwikkeling te beschrijven en te visualiseren is het miniscript. Dit proces is weergegeven in een driehoek en kent vier posities:

  • De driver.
  • De stopper.
  • Het wrekerig deel of verwijter.
  • De uiteindelijke pay-off.

 

 

 

 

 

Fig. 3 Miniscript

 De ontwikkelaar van dit model, dr. Taibi Kahler, concludeerde dat er legio ouderlijke geboden zijn. Op basis van duizenden observaties vatte hij al deze geboden samen tot de volgende vijf drivers:

  • wees perfect
  • doe je best
  • maak voort/schiet op
  • doe de ander een plezier
  • wees sterk

De mate waarin het gedrag dat bij de driver behoort, kan dusdanig hoog worden, dat het disfunctioneel wordt. We worden dan te perfect, doen te veel ons best etc. We streven iets na wat feitelijk onhaalbaar is. De kans dat we het proces van het miniscript ingaan wordt steeds groter. Het probleem is dat we dit op het bewuste moment niet inzien, we leven in een soort schijnwerkelijkheid. In onze eigen beleving bevinden we ons nog steeds in de ‘Ik ben OK, Jij bent OK’ positie, totdat het proces op gang wordt gebracht waarbij we het miniscript- gaan doorlopen.

De driver vormt de startpositie in het miniscript en vanaf deze positie wordt een proces op gang gebracht dat uiteindelijk leidt tot (negatief) scriptmatig gedrag. Dit laatste wordt in de driehoek verwoord als de pay-off, de uiteindelijke uitbetaling.

De tweede positie in het miniscript wordt gevormd door de zogenaamde stopper. De stopper geeft een belemmering aan en zegt ons wat we niet mogen doen, niet mogen zijn, niet mogen voelen etc. Er zijn veel stoppers te onderscheiden die vrijwel allemaal herleid kunnen worden naar de volgende twaalf stoppers:

  • besta niet
  • wees niet jezelf
  • wees geen kind
  • groei niet op
  • maak het niet
  • doe niet
  • wees niet belangrijk
  • hoor er niet bij
  • kom niet dichterbij
  • wees niet gezond/normaal
  • denk niet/voel niet
  • slaag niet

Drivers en stoppers werken als het ware samen, de driver kan beschouwd worden als  ‘de sociaal acceptabele vertaling van een stopper’. Iemand met een ‘voel niet’ stopper kan onbewust de behoefte hebben om krachtig en sterk over te willen komen. Als hij daar niet in slaagt, zal hij uiteindelijk aan de driver gaan gehoorzamen. De samenwerking wordt hiermee een dynamiek tussen driver en stopper die het script bevestigt.

Voordat we bij de laatste positie (pay-off) terechtkomen is het mogelijk dat we in de ‘verwijter’ terechtkomen. We gaan dan anderen verwijten maken, we draaien de situatie feitelijk om en vinden ons zelf op dat moment OK, en anderen niet OK. Bijvoorbeeld vanuit onze driver ‘maak voort/schiet op’ verwijten we de anderen dat ze traag zijn en het werkproces frustreren.

De laatste positie is de uiteindelijke pay-off. In deze positie vinden we onszelf niet OK en anderen ook niet OK. Dit kan zich uiten in gevoelens als:

  • ik ben waardeloos
  • ik ben ongewenst
  • ik voel me hopeloos
  • ik ben in het nauw gebracht
  • ik ben onbemind
  • eenzaamheid
  • depressiviteit

Ieder mens maakt weleens een miniscriptproces door. In situaties waarin we stress ervaren worden we als het ware gedreven (driver). Als dit af en toe gebeurt hoeft er nog geen alarmbel te gaan rinkelen. Als het proces zich echter structureel wekelijks, dagelijks of meerdere malen per dag gaat herhalen, wordt de intensiteit van de uiteindelijke pay-off dusdanig groot dat ingrijpen wenselijk is.

In een coachingstraject met een brandweercommandant was een van de doelstellingen van het traject dat de coachee kritisch naar de grenzen van zijn rol als commandant moest leren kijken. Een andere doelstelling was het vergroten van zijn authenticiteit. Uit een eerste analyse kwam naar voren dat hij hoog scoorde op de drivers ‘Doe je best en ‘Doe een genoegen/plezier’. De coachee had, zoals hij het zelf verwoordde een protestants arbeidsethos. Zijn vader had hem in zijn jeugd geleerd dat hij zijn best moest doen in alles wat hij deed en andere mensen moest helpen. In zijn functioneren bij de brandweer waren deze werkstijlen langzaamaan doorgeslagen in drivergedrag. Hij kon moeilijk “nee” zeggen tegen zijn leidinggevende. Hij werkte hard en had moeite met grenzen stellen voor zichzelf. Uit het traject kwam naar voren dat de stopper ‘denk niet’ aanwezig was. Deze stopper belette hem om op een authentieke manier grenzen te stellen en “nee” te zeggen tegen zijn superieuren.

Conclusies

Script is het resultaat van een combinatie van erfelijke aanleg en de invloed van de omgeving waarin wij opgroeien. Voor de besluiten die wij uiteindelijk zelf nemen en die ons Script vormen, zijn wij zelf verantwoordelijk. Bewustwording van ons Script is de eerste stap die we moeten nemen om ons Script in positieve zin te veranderen door het nemen van herbesluiten.

 

Literatuur

  • Thunnissen, M/De Graaf, A. (2013). Leerboek Transactionele Analyse. Utrecht: De Tijdstroom uitgeverij.
  • Steiner, C. (1974). Scripts people live. New York.
  • Berne, E. (1961). Transactional Analysis in Psychotherapy. New York: grove Press.
  • Sartre, J. (1973). Existentialism and Humanism. London: Methue

 

 

 

 

 

Share